Zweden

 
 

Allemansrecht

 

De Zweedse natuur staat open voor iedereen, maar men moet voorzichtig zijn met de natuur en eerbied hebben voor zowel mens als dier. Het allemansrecht is geen formele wet in Zweden, het is eerder een oud gewoonterecht.
Hieronder een paar voorbeelden van wat je wel en niet mag in de Zweedse natuur. De volledige tekst van het Allemansrecht vind je op de website van Naturvårdsverket.
 

  Dit mag:
    Je mag je vrij over andermans land of water bewegen, zolang dit geen hinder of ongemak voor de eigenaar van het land of water veroorzaakt.
    Je mag enkele dagen kamperen met een tent op het land van een ander, maar vraag de eigenaar van het land liefst vooraf om toestemming.
    Je mag bloemen, bessen en paddestoelen plukken voor eigen gebruik.
    Je mag een kampvuur aanleggen, maar overtuig je er eerst van dat er geen vuurverbod geldt.
         
  Dit mag niet:
      Je mag geen bomen omhakken of omzagen.
      Je mag geen afval achterlaten in de natuur.
      Je mag niet met een motorvoertuig in het terrein rijden.
      Je mag niet jagen en/of vissen. Vrij vissen mag je alleen langs de kust en in de vijf grootste meren. In alle overige wateren dien je te beschikken over een visvergunning.
      Je mag in de periode van 1 maart tot en met 20 augustus je hond niet los laten lopen. Buiten deze periode dien je je hond zodanig onder controle te hebben dat deze geen last veroorzaakt voor de wilde dieren.
             
 

N.B. Het allemansrecht geldt niet in natuurreservaten en andere beschermde natuurgebieden.

             
  Enige kengetallen:
      Oppervlakte totaal
Oppervlakte land
Aantal inwoners (31-12-2002)
Bevolkingsdichtheid
Aantal landschappen
aantal provincies
Aantal bisdommen
Aantal gemeenten
Grootste lengte
Grootste breedte
440.945 km²
410.982 km²
8.940.788
21 inwoners / km²
25
23
13
288
1.574 km
499 km
 
             
  Middernachtzon:  
      De middernachtzon is een natuurverschijnsel waarbij de zon gedurende 24 uur of meer niet onder gaat in het gebied boven de Noordpoolcirkel.
Het verschijnsel wordt veroorzaakt door de schuine stand van de aardas. De evenaar maakt een hoek van ongeveer 23,5° met de schijnbare baan van de zon.
Die schuine stand zorgt ervoor dat rond 21 juni om middernacht de zon nog zichtbaar is op alle plaatsen op de Noordpoolcirkel die op 23,5° van de Noordpool ligt. Verder naar het noorden is de zon gedurende een steeds langere periode zichtbaar. Op de Noordpool zelf blijft de zon 6 maanden zichtbaar.









Noorderlicht is de enige lasershow ter wereld zonder stekkers. Een diepgroene waaier van licht met rode lichtbundels en roze vlammen waarbij enorm veel energie vrijkomt. Zestig minuten noorderlicht verbruikt 100 miljard kilowattuur. Dat komt overeen met de kracht van vijfduizend keer de atoombom die op Hiroshima viel.
Bij de poolcirkel is het bijna iedere nacht raak. Maar ook in Nederland is gemiddeld twaalf keer per jaar het noorderlicht te zien.
Het noorderlicht (aurora borealis) ontstaat door uitbarstingen op de zon waarbij spectaculaire zonnevlammen magnetische deeltjes met zo'n 3000 kilometer per seconde de ruimte in slingeren. De deeltjes die onze atmosfeer binnendringen, worden door de magnetische veldlijnen naar de aardmagnetische polen afgebogen. Hierdoor maak je vooral in Alaska, Canada, Scandinavië en Siberië grote kans om het noorderlicht te zien.
De kleuren van het poollicht ontstaan wanneer zuurstof- en stikstofatomen in de atmosfeer na een botsing met een elektron in een hoge energietoestand komen. Dat betekent dat de elektronen in een atoom zich van de kern verwijderen, waardoor het voor losse elektronen makkelijker wordt om zich aan een atoom te binden. Gevolg: het aantal elektronen in een atoom neem toe. Tijdens het ontladen zenden de zuurstof- en stikstofatomen de vrijgekomen energie als licht uit. Welke kleur het noorderlicht heeft, hangt af van de hoogte waarop de atomen zich bevinden. Zuurstofatomen hoog in de lucht zorgen voor rood licht. Verder naar beneden in de atmosfeer wordt het licht groen en later zelfs gelig. Stikstofatomen bevinden zich lager in de atmosfeer en kunnen kleuren uitzenden van nauwelijks zichtbaar violet tot rood.
     

 

  Typisch Zweeds . . .
      In dit hoofdstuk willen wij U kennis laten maken met enkele typisch Zweedse gerechten.

Köttbullar
Deze kleine gehaktballetjes zijn misschien wel het meest Zweeds van alle Zweedse gerechten. De Zweden eten ze vaak - als snack in combinatie met aardappelpuree en een schep jam, bij de borrel, als broodbeleg, etc. De balletjes danken hun aparte smaak meestal aan de kruidenmix 'Allroundkrydda'.

Kräftskiva
In augustus wordt in Zweden elk jaar het feest van de rivierkreeften gevierd. De rivierkreeftjes worden gekookt met dille en geserveerd met brood, boter en kruidenkaas. Ter verhoging van de feestvreugde wordt er veel gezongen en wordt er een borreltje bij gedronken. In de supermarkten verkoopt men voor de feesten lampionnen, servetjes, papieren bordjes, feestmutsen en kaarsen met kreeftmotieven erop.

Pytt i Panna
Een zeer gebruikelijk en makkelijk te maken gerecht. Pytt i Panna bestaat uit in dobbelsteentjes gesneden aardappelen, uien en vlees. Het geheel wordt in een grote pan gebakken. Het gerecht wordt geserveerd met rode bieten en een gebakken of een rauw ei er bovenop.

Smörgåsbord
De meest bekende Zweedse maaltijd is het Smörgåsbord. Het Smorgåsbord bestaat uit een enorme hoeveelheid warme en koude gerechten zoals diverse soorten haring, gerookte en gemarineerde zalm, gerookte aal, garnalen, makreel, krab , sardientjes, salades, gekookte en gebraden vleessoorten, gerookt rendier, gehaktballetjes, ham, worst, leverpastei, diverse soorten kaas, diverse soorten brood, gebakken en gekookte aardappelen, diverse vruchten en lekkere nagerechten. Men begint meestal met de koude visgerechten en werkt zo langzaam via de warme gerechten naar de nagerechten. Bij de maaltijd drinkt men traditioneel een aquavit, waarna men overgaat op bier.

Ärtsoppa med Pannkakor
Op donderdagen eten de Zweden het liefst Ärtsoppa med Pannkakor, oftewel erwtensoep met pannenkoeken. De Zweedse erwtensoep is gemaakt van gele erwten. De soep wordt geserveerd met pannenkoekjes. Over deze pannenkoekjes wordt natuurlijk de 'verplichte' jam gesmeerd.

Surströmming
Aan het eind van de zomer eet men aan de noordoostkust van Zweden veel Surströmming. Het betreft hier een kleine haringsoort die in blikken wordt verpakt. De haring fermenteert in het blik en is pas goed als het blik bol begint te staan. De haring heeft een zeer aparte smaak en een zeer sterke geur. Het is zeker geen gerecht voor de ietwat kieskeurige eter, maar meer voor de culinaire 'durfal' die het eens meegemaakt wil hebben.

       
  Eland (Alces alces)
      Grootte
De eland bereikt maximaal een schouderhoogte van 2 meter en 40 centimeter en een lengte van 3 meter. Het maximale gewicht van een eland is ongeveer 800 kilogram. De mannetjes zijn over het algemeen groter dan de vrouwtjes.
De mannetjes dragen een groot gewei. Het gewei heeft een maximale spanwijdte van 2 meter, weegt tot ongeveer 20 kilogram en heeft tot maximaal 20 korte takken per stang.

Voeding
Het voedsel bestaat voornamelijk uit twijgen, knoppen en bladeren. Daarnaast wordt er door de eland ook gras, kruiden en zelfs waterplanten gegeten. In de winter neemt de eland vaak vanwege voedselgebrek zijn toevlucht tot het eten van boomschors.

Voortplanting
Stieren zijn polygaam, maar vormen geen bronstroedels van wijfjes, zoals bijv. edelherten dat doen. De mannetjes zoeken de bronstige vrouwtjes op en verlaten deze voor anderen als zij niet meer tot paring bereid zijn. De draagtijd beloopt ongeveer 8 maanden. Tweelingen komen vrij regelmatig voor, ook een enkele maal drielingen.

Territorium en activiteit
De eland is een bewoner van het bos, maar schuwt niet zich erbuiten te vertonen. In veel streken is een proces van expansie aan de gang en worden de dieren soms midden in stedelijke gebieden aangetroffen. Elanden leven zelden in kuddes. In de winter vindt men wel kleine groepen, meestal families (vaak onder leiding van een oude koe). Als regel leven elanden echter solitair.

Vanouds is de eland een geliefd jachtobject geweest, ook al omdat de bestanden omwille van de bosbouw strikt onder controle gehouden moeten worden. De belangrijkste natuurlijke vijand is de wolf.
Verspreidingsgebied in Scandinavië
De eland komt voor in vrijwel geheel Zuid en Midden Scandinavië.

       
  Wolf (Canis lupus)
      Grootte
De mannetjeswolf weegt in Scandinavië 45-55 kilogram. De vrouwtjes zijn iets kleiner en wegen 35-45 kilogram. De schouderhoogte van een volwassen wolf is 65-85 centimeter. De lengte, van het puntje van de neus tot het puntje van de staart is 140-200 cm, waarbij de staart 30-35 centimeter lang is.

Voeding
De wolf heeft een grote variatie in zijn menu. Alles vanaf grote elanden tot kleine muizen staat op zijn menu. Een studie naar twee groepen wolven in Midden Zweden heeft aangetoond dat eland 86-98% van de voeding van wolven uitmaakt. Maar ook reeën, bevers, vogels, dassen en bessen zijn op het menu te vinden. Onderzoek op een groep van 6 wolven liet zien dat deze groep ongeveer elke vierde dag een eland doodde en dat 76% van de slachtoffers elandkalveren waren.

Voortplanting
De paring vindt plaats in februari - maart en 63 dagen later worden er gemiddeld 4-6 welpen geboren. De moeder blijft de eerste 3-4 weken bij haar jongen, terwijl de overige wolven in de groep haar van voedsel komen voorzien. Als de welpen het nest kunnen verlaten helpt de gehele groep mee bij de opvoeding. In september gaan de welpen voor het eerst mee op jacht in het territorium. De wolf wordt op 2-jarige leeftijd geslachtsrijp. Sommigen blijven bij de groep en anderen trekken naar andere groepen.

Territorium en activiteit
Een groep wolven bestaat doorgaans uit een mannetje, een vrouwtje en hun jongen van dat jaar. Soms zijn er ook nog jongen van het jaar daarvoor bij de groep. De grootst bekende groep in Scandinavië bestaat op dit moment uit 11 wolven. Niet alle wolven leven in een groep. Mogelijk leeft 25% van de Scandinavisch wolven solitair. Een groep wolven verdedigt zijn territorium tegen andere wolven en dit soort schermutselingen hebben soms een dodelijke afloop. De grootte van een territorium is sterk afhankelijk van de hoeveelheid prooidieren in het gebied. Radiopeilingen van twee groepen wolven hebben aangetoond dat het gemiddelde territorium ongeveer 1.000 km² groot is en dat de wolven daar effectief ongeveer 600 km² van gebruiken. Wolven zijn zowel overdag als 's nachts actief.

Verspreidingsgebied in Scandinavië

De wolven in Zweden en Noorwegen behoren tot dezelfde familie. In de late winter 2001/2002 zijn de sporen van 9-10 groepen en 20 eenzame wolven geobserveerd. Dit betekent dat er naar schatting 92-107 wolven zijn. In de zomer van 2001 zijn er 10 nesten gevonden in Scandinavië. De wolf komt voornamelijk voor in Zuid en Midden Scandinavië. De hoogste concentraties komen voor in Värmlands en Dalarna's län in Zweden en in Hedmark fylke in Noorwegen.
       
  Beer (Ursus arctos)
      Grootte
De zwaarste beer die ooit in Zweden is geschoten woog 338 kilogram, maar normaal wegen mannetjesberen 100-300 kilogram en wegen de vrouwtjes 60-200 kilogram. Een beer kan 2 meter en 80 centimeter lang worden vanaf het puntje van de neus tot het begin van de staart. De schouderhoogte is maximaal 1 meter en 50 centimeter.

Voeding
De beer is een zogenaamde alleseter, wat betekent dat hij zowel dierlijk als plantaardig voedsel tot zich neemt. Studies hebben uitgewezen dat bessen ongeveer 50% van het voedsel van de beer uitmaken. Verder bestaat het voedsel van de beer voor ongeveer 20-25% uit eland en mieren. Het resterende deel bestaat uit gras, kruiden en kadavers. Gedurende de winterslaap eet of drinkt de beer helemaal niets.

Voortplanting
De paartijd van de beer loopt van midden mei tot en met eind juni. De beer heeft een vertraagde ontwikkeling van het embryo, wat betekent dat de ontwikkeling al in een heel vroeg stadium na de bevruchting stopt en pas weer op gang komt als het vrouwtje zich gereed maakt voor haar winterslaap. Gedurende de winterslaap ontwikkelt het embryo zich verder en de jonge beren worden in januari of februari geboren (tijdens de winterslaap). Normaal gesproken bestaat een worp uit 2-3 jongen. De beer is het Scandinavische zoogdier met de laagste voortplantingssnelheid. Dat komt omdat het vrouwtje haar eerste jonge krijgt als zij 4-6 jaar oud is en omdat het aantal jongen per worp met gemiddeld 2,4 aan de lage kant is vergeleken met andere dieren. Een verdere oorzaak van de lage voortplantingsnelheid is het feit dat de jonge beren ongeveer 2,5 jaar bij hun moeder blijven en dat zij gedurende de opvoeding niet bereid is opnieuw te paren.

Territorium en activiteit
Volwassen beren leven eenzaam. Het paringsseizoen en de tijd dat de moeder de jongen opvoedt is de enige tijd dat beren met elkaar omgaan. Beren verdedigen hun territorium niet erg actief en daarvoor kunnen de territoria van verschillende beren elkaar overlappen. In het noorden hebben de beren grotere territoria dan in het zuiden. Dat komt omdat er in het noorden gewoonlijk minder voedsel beschikbaar is per vierkante kilometer. Over het algemeen hebben de mannetjes grotere territoria dan de vrouwtjes en hun jongen. Het gemiddelde territorium van een vrouwtje is ongeveer 500 km², terwijl de territoria van de mannetjes variëren van 1.400 tot 8.000 km². Beren zijn zowel overdag als 's nachts actief, maar op warme zomerdagen houden zij zich overdag rustig en worden zij pas actief als het 's avonds wat afgekoeld is.

Verspreidingsgebied in Scandinavië
et aantal beren in Scandinavië is ongeveer 1.000, verspreid over 4 kerngebieden. Twee van deze gebieden liggen in Norrbottens län, één op de grens van Västerbottens en Jämtlands län en één op de grens van Jämtlands en Dalarna's län. Het gebied in het noorden van Dalarna heeft de grootste dichtheid met 20-25 beren per 1.000 km². In Noorwegen bevinden zich ongeveer 50 beren. De laatste 60 jaren is het aantal beren verdrievoudigd.

       
  De lynx (lynx lynx)
      Grootte
De mannetjeslynx is vaak zwaarder dan de vrouwtjeslynx. In Scandinavië weegt een mannetje 18-25 kilogram, terwijl een vrouwtje 14-20 kilogram weegt. De lengte van het puntje van de neus tot het begin van de staart is ongeveer 1 meter. Daar komt nog 10-25 centimeter bij voor de staart. De schouderhoogte van een lynx ligt ongeveer op 60-75 centimeter

Voeding
In Zweden bestaat het hoofdmenu van de lynx uit kleinere hoefdieren. In de noordelijke delen van het land zijn dit meestal rendieren en in de zuidelijke delen zijn dit meestal reeën. Als volgende op de lijst van prooidieren staan hazen en grotere vogels. In Zweden vormen de ree of het rendier en de haas en de vogels 90% van het voedsel van de lynx. Heel af en toe eet de lynx ook knaagdieren en kleinere roofdieren (rode vos, marter, wezel en otter). Soms vergrijpt de lynx zich ook aan boerderijdieren zoals schapen. Zij eten uiterst zelden dieren die zij niet zelf gedood hebben. Een volwassen lynx eet per dag ongeveer 1-2 kilogram vlees en doodt 30-50 reeën per jaar.

Voortplanting
In Midden Zweden nadert de paartijd haar hoogtepunt van half maart tot begin april. In Noord Zweden ligt dit een paar weken later. In mei of juni, ongeveer 70 dagen na de paring, worden er 1-4 jongen geboren in een eenvoudig nest onder bijvoorbeeld een omgevallen boomstam of tussen een aantal rotsblokken. De moeder laat de jongen langere tijd alleen als zij op jacht gaat. De jongen blijven bij de moeder tot zij bij het begin van de volgende paartijd door haar verstoten worden. Lynxen worden in hun tweede levensjaar geslachtsrijp.

Territorium en activiteit
Volwassen lynxen leven solitair. De paartijd en de tijd dat de moeder haar jongen opvoedt zijn de enige momenten in het leven van de lynx waarin zij met andere lynxen omgaan. In Midden Zweden heeft een vrouwtje een territorium van ongeveer 300 km², terwijl een mannetje vaak een dubbel zo groot gebied als territorium heeft. In de berggebieden in het noorden van Zweden heeft een mannetje soms wel een territorium van 1.000 km², omdat er in die streken minder prooi te vinden is. Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre lynxen hun territorium verdedigen in Scandinavië. Het is bekend dat het territorium van een mannetje verschillende territoria van vrouwtjes kan overlappen en dat de territoria van vrouwtjes die van andere vrouwtjes kunnen overlappen. De lynx is 's nachts het meest actief. 's Nachts rust de lynx regelmatig even, maar slapen doet de lynx voornamelijk overdag.

Verspreidingsgebied in Scandinavië
Naar schatting zijn er ongeveer 2.000 lynxen in Scandinavië, waarvan ruim 1.500 in Zweden. Het verspreidingsgebied beslaat het grootste deel van Zweden, behalve de eilanden Öland en Gotland en de meest zuidelijke delen van het land. De grootste dichtheid (meer dan 1 lynx per 100 km²) vindt men in Midden Zweden van Örebro en Värmlands län in het zuiden tot Västernorrlands en Jämtlands län in het noorden. De 500-700 lynxen in Noorwegen zijn over grote delen van het land verspreid. Een vermindering van de voortplanting is de laatste vijf jaar geconstateerd in het noordelijk verspreidingsgebied met voornamelijk rendieren als prooidieren, terwijl een verhoging van de voortplanting is geconstateerd in het zuidelijk verspreidingsgebied met voornamelijk reeën als prooidieren.

       
  Veelvraat (Gulo gulo)
      Grootte
In Scandinavië weegt een veelvraat - mannetje 12-18 kilogram. De vrouwtjes zijn iets kleiner en wegen 8-13 kilogram. De grootste mannetjes bereiken een schouderhoogte van 35-45 centimeter en een lengte, gemeten van de punt van de neus tot het begin van de staart, van 80-85 centimeter. De staart is 25-35 centimeter lang.

Voeding
De veelvraat eet zowel vers als verrot vlees met hetzelfde enthousiasme. Hij jaagt zelf, maar eet ook restanten van de prooi van andere dieren of dieren die tengevolge van een ziekte of ongeluk om het leven gekomen zijn. Als de veelvraat zijn maal niet helemaal op kan, dan verstopt hij de rest om later op te eten. In Zweden bestaat het voedsel van de veelvraat 's winters voornamelijk uit rendier. Elanden die door grotere dieren zijn gedood vormen een belangrijke aanvulling op zijn menu. In de zomer bestaat het menu voornamelijk uit kleinere prooidieren zoals haas, vogels, vogeleieren en kleine knaagdieren.

Voortplanting
De paring vindt plaast in de late lente en de zomer van ongeveer juni tot en met juli. Het dan bevruchtte eitje begint zich pas in januari echt te ontwikkelen. In de late winter zoekt het drachtige vrouwtje een plek om haar nest te maken. De jongen worden eind februari, begin maart geboren. Een worp bestaat meestal uit 2-3 jongen. De jongen blijven tot augustus, september bij hun moeder. Onderzoek heeft uitgewezen dat veelvraten zich voortplanten vanaf een leeftijd van 2-3 jaar en om de 2-3 jaar een nest jongen werpen.

Territorium en activiteit
De mannetjes hebben een territorium van ongeveer 250-450 km². De vrouwtjes ongeveer 100 km². De veelvraat accepteert indringers van het andere geslacht in zijn / haar territorium. Vrouwtjes met jongen accepteren ook vrouwtjes zonder jongen in hun territorium gedurende de zomer. De veelvraat is zowel overdag als 's nachts actief.

Verspreidingsgebied in Scandinavië
In Zweden leven naar schatting 280-370 veelvraten in voornamelijk de noordelijke län Norrbotten, Västerbotten, Jämtland en Dalarna. In Noorwegen leven naar schatting 240-300 veelvraten in voornamelijk aan Zweden grenzende gebieden. De laatste vijf jaar is het aantal veelvraten in Scandinavië met 40% gedaald.

       
 

[ home ]